De 2-minutenregel voor slotenmaker Lokeren

Aan het Oudekerkhof bezijden de Kerk eindigde dit 14e stadskwartier. Zonderling genoeg werden over de vier aldaar vanwege het haardstedegeld opgeschreven huizen, 3 bewoond door suppoosten over Vulcanus, de wapensmid der goden, vanwege wiens „winckel en Packhuys’, gelijk Met Bleyswijck het Arsenaal ofwel Stapelmagazijn met Holland noemt, ze ieder dit zijne wel zullen hebben bearbeid en gele­verd.

Bij overige ‘schoelapper’ Cornelis Florisz. en korendrager Jan de Vrijenden woonden in ons ‘stadstoren’ aan de vest of op een wal, waar ze voor niets huisvesting vonden. Die wal is thans weggegraven en regio bezit geschapen een wandelpad en ons straat.

Een ‘graeffmaecker’ over een Nieuwe Kerk kan zijn wegens ‘memorie’ aangetekend in een ‘huysinge’ haar toebehorende.

Beantwoorden Dat zo’n schitterend initiatief ten gronde dreigt te kunnen door een benepenheid met verongelijkte ego-djes… Wat ons domheid teneinde niet te kunnen inzien hetgeen beslist essentieel kan zijn voor een plaats.

alsnog gebruikelijke meestoof, dat echter verder nagenoeg tot de antieke historie kan zijn gaan behoren. Een dergelijk inrichting vind je in het register voor nauwelijks enkel ander huis vermeld.

2 huizen nader oefende Joost Isbout dit ambacht betreffende ‘raswercker’ uit. Hij was wever met ons soort aangaande laken, dat, zo men beweert, genoemd is tot een stad Arras, waar dit weefsel werd uitgevonden. In de wandeling werden het voor verkorting ook wel 'ras' genoemd.

Antwoorden Alle superlatieven aangaande zowel welbekende, als niet zo welbekende Nederlanders zijn met toepassing op een voortzetting betreffende het Rob Scholte museum. Je hoop dat er meteen zeer spoedig ons concrete beslissing wordt genomen wegens deze grote post-modernistische schilder, die tot ver aan de landsgrenzen geprezen wordt en faam geniet. Den Helder mag trots zijn het Rob deze plaats heeft uitgekozen om bestaan museum te verwezenlijken.

[Overeenkomstig Soutendam was de verkeerde spelling over het verkleinwoord ‘forneuxken’ ook het gevolg betreffende een uitspraak betreffende Delftenaren, welke in zijn tijd ook dikwijls gewend waren het woord ‘keuken’ als ‘kuiken’ uit te spreken.]

‘Int Blauwe Truweel’ had ons metselaar, welke via ons sprekend uithangteken zijn beurs aankondigde, zijn zetel opgeslagen.

Op de wandeling voorbij de noordkant met een Vlamingstraat treffen wij wie weet met, welke in 't bijzonder een aandacht trekt.

Blijkens bestaan familienaam was deze betreffende Franse afkomst; of deze behoort tot het voorgeslacht der thans lees meer alsnog levende du Rieu's is mijzelf ook niet vertrouwd.

Wat hij hier ter stede deed - wellicht was deze tafel- ofwel lombardhouder - weet ik ook niet te zeg­gen. In 1554 had Percheval Fasiotis ‘coopman van Piemont’ octrooi met een keizerlijke majesteit gevraagd om op deze plaats ter stede ‘tafel’ te mogen houden. Tot profijt van een armen zou hij jaarlijks in handen met een H.Geestmeesters 5 pond grooten Vlaams betalen.

Zeven huizen verder bezat de schilder, mr. Jacob Willemsz. Delff een woning; gelijk ik reeds aantekende, woonde hij zelf op een hoek over het Rietveld en een Verwersdijk.  

Deze vervaardigde er dure en kostelijke weefsels, die naar heinde en verre verzonden werden om de paleizen en lusthoven aangaande vorsten en potentaten te versieren. Zo werd op 7 Juni 1607 in de Resolutiën der Staten-Generaal aangetekend het “den tapissier Spierinck, wonende tot

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *